. . . Hulp en contact Hulp bij psychische problemen

Praktische hulp Hulp & contact

Hulp bij psychische problemen

Als je iets schokkends meemaakt, kun je psychische klachten krijgen. Soms komen deze klachten meteen, maar soms pas na een lange tijd. Vaak is professionele hulp nodig. Misschien is het voor jou een grote stap om professionele hulp te zoeken. Bijvoorbeeld omdat je slechte ervaringen hebt met hulp. Misschien weet je al jaren te leven met klachten. Toch kan de juiste hulp je leven en het leven van de mensen om je heen verbeteren. Vaak kan een goede behandeling klachten verminderen, soms zelfs laten verdwijnen.

Voor goede hulp kun je het beste eerst naar de huisarts gaan. Dat kan vaak snel. De huisarts kan met je kijken of een doorverwijzing nodig is, of dat je binnen de huisartsenpraktijk geholpen kunt worden. Bijvoorbeeld bij de praktijkondersteuner GGZ (POH-GGZ).

Kan dat niet? Op Kiezen in de ggz kun je zelf of samen met je huisarts kijken naar hulp voor jouw klachten. Houd er rekening mee dat er een wachttijd is voor veel behandelingen.

Een huisarts kan vaak beter doorverwijzen als je vertelt dat je klachten mogelijk met geweld te maken hebben. Een huisarts heeft een beroepsgeheim.

Het kan zijn dat je wel al hulp hebt gehad. Misschien heeft deze niet genoeg geholpen. Dan kan het toch goed zijn om nog een keer naar je huisarts te gaan. Er komen soms nieuwe behandelingen bij. Misschien past een andere behandeling of een andere behandelaar beter bij je.

Hieronder zie je klachten die veel voorkomen bij mensen die geweld in de jeugdzorg hebben meegemaakt. En lees je over hulp bij deze klachten. Op de website Mentaal Vitaal vind je nog meer informatie over psychische klachten. 

Ben je doof of slechthorend? Dan kun je niet bij alle hulpverlening terecht. Op de website van GGZ voor doven en slechthorenden vind je meer info over hulporganisaties die kunnen communiceren met doven en slechthorenden.

Als je heftige dingen meemaakt en je daar last van blijft houden, noem je dit een trauma. Hierdoor kun je een psychische stoornis krijgen zoals een post traumatische stressstoornis (PTSS). PTSS heeft veel invloed op het dagelijkse leven. Ook kunnen de klachten zorgen voor andere problemen, zoals schulden, eenzaamheid of problemen op het werk of op school. Als je langer dan een maand last hebt van de klachten hieronder kan het zijn dat je een posttraumatische stressstoornis (PTSS) hebt.

Klachten die je kan hebben:

  • Opnieuw beleven van situaties (bijvoorbeeld nare gedachten en beelden van de gebeurtenis of nachtmerries over wat er gebeurd is).
  • Heftig reageren op situaties die doen denken aan het geweld. De persoon gaat zulke situaties zoveel mogelijk ontwijken.
  • Gespannen zijn en snel boos worden. Hierdoor ontstaan problemen zoals slaapproblemen, concentratieproblemen, een gevoel van heel oplettend zijn, schrikreacties en woede-uitbarstingen.
  • Geen emoties kunnen voelen.
  • Bijna geen plannen voor de toekomst maken.
  • Je gedachten, gevoelens of je eigen lichaam lijken niet van jezelf te zijn. Of de wereld en de mensen in je directe omgeving lijken niet echt of vreemd. Dit heet dissociatie.

Hulp

  • Als je hulp nodig hebt kun je het beste beginnen bij de huisarts. Die stelt je vragen over je klachten. De huisarts zal je daarna doorverwijzen naar een behandelaar. Meestal is dit een psycholoog. Voor mensen met hele ernstige klachten door trauma is er de gespecialiseerde GGZ.
  • Voor veel mensen helpt het om contact te hebben met anderen die bijna hetzelfde hebben meegemaakt.

Meer over trauma en behandeling lees je bij ‘Professionele hulp bij trauma‘.

Als je langer dan twee weken somber bent en/of nergens zin in hebt, kan dat een depressie zijn. Bij een depressie zie je ook andere klachten, zoals veranderingen in gewicht, slaap, energie en concentratie.

Klachten die je kan hebben

  • Je schuldig, overbodig of waardeloos voelen
  • Je onrustig en snel geïrriteerd voelen
  • Je traag en sloom voelen
  • Besluiteloos zijn en/of je niet goed kunnen concentreren
  • Te veel of juist te weinig eten
  • Moeheid en te veel of juist te weinig slapen
  • Het leven zwaar vinden en (soms) gedachten aan zelfdoding

Hulp

De eerste stap naar hulp is overleg met de huisarts. Meestal begint de behandeling van depressie zo:

  • Je krijgt adviezen om de depressie aan te pakken. Bijvoorbeeld: plannen wat je per dag gaat doen, elke dag naar buiten en bewegen.
  • Je voert gesprekken met de praktijkondersteuner GGZ bij de huisarts. Hierbij leer je beter omgaan met problemen in het dagelijks leven.

Als dat niet genoeg helpt of als de depressie ernstig is krijg je:

Voor veel mensen helpt het om contact te hebben met anderen die hetzelfde hebben meegemaakt.

Je hebt een angststoornis als je regelmatig angstig bent, zonder dat er echt gevaar is. En als dat je dagelijks leven verstoort. Er bestaan verschillende soorten angststoornissen:

  • Bij een gegeneraliseerde angststoornis is iemand de hele tijd angstig is over alledaagse dingen. De angst is er dus constant en ontstaat niet door een bepaalde situatie.
  • Bij een paniekstoornis heb je plotselinge paniekaanvallen, waardoor je bepaalde situaties uit de weg gaat. Bijvoorbeeld open ruimtes of reizen met het openbaar vervoer.
  • Bij een sociale fobie ben je bang voor de reactie van andere mensen of voor wat anderen van je denken. Dit kan tot een paniekaanval leiden. Als je vooraf denkt aan een sociale situatie (bijv. een vergadering of een feestje) kan je al angstig worden. Bijvoorbeeld angst om voor gek te staan, te gaan blozen, trillen of zweten. Sommige mensen gaan hierdoor sociale situaties vermijden.
  • Bij een specifieke fobie heb je angst die overdreven en onlogisch is. De angst komt door een voorwerp of een situatie, bijvoorbeeld vliegen, hoogte, dieren, injecties of bloed. Soms wordt iemand al angstig bij alleen de gedachte aan het voorwerp of de situatie.

Klachten die je kan hebben

Welke klachten iemand heeft, hangt voor een deel af van het soort angststoornis. Deze komen vaak voor:

  • hartkloppingen
  • zweten
  • opvliegers of koude rillingen
  • trillen of beven
  • duizeligheid
  • ademnood
  • pijn op de borst
  • misselijkheid, buikklachten
  • gevoel van onwerkelijkheid of los van jezelf te staan
  • angst om gek te worden of je zelfbeheersing te verliezen
  • angst om dood te gaan
  • verdoofde of tintelende gevoelens

Hulp

Als je hulp nodig hebt, kun je het beste beginnen bij de huisarts. Die stelt je vragen over je klachten. De huisarts zal je daarna doorverwijzen naar een behandelaar. Meestal is dit een psycholoog. In overleg met je behandelaar kies je tussen medicijnen en een psychologische behandeling, of een combinatie. 

Voor veel mensen helpt het om contact te hebben met anderen die bijna hetzelfde hebben meegemaakt.

Een andere naam voor dwangstoornis is een obsessief-compulsieve stoornis. Bij deze stoornis heb je last van dwanggedachten en/of dwanghandelingen. Bij dwanggedachten gaat het om storende gedachten die niet bij je passen, die steeds terugkomen en je niet kunt voorkomen. Bij dwanghandelingen moet je dingen telkens op dezelfde, speciale manier doen. Bijvoorbeeld alles steeds controleren of schoonmaken.

Klachten die je kan hebben

Dwanggedachten gaan bijvoorbeeld over:

  • ziektes
  • vuil
  • fouten maken met vreselijke afloop
  • agressie
  • seks
  • god en godsdienst

Voorbeelden van veelvoorkomende dwanghandelingen zijn:

  • controleren
  • schoonmaken en wassen
  • ordenen
  • heel erg vaak bidden
  • hamsteren of verzamelen

Hulp

Als je hulp nodig hebt kun je het beste beginnen bij de huisarts. Die stelt je vragen over je klachten. De huisarts zal je daarna doorverwijzen naar een behandelaar. Meestal is dit een psycholoog. In overleg met je behandelaar kies je tussen medicijnen en een psychologische behandeling, of een combinatie. 

Voor veel mensen helpt het om contact te hebben met anderen die bijna hetzelfde hebben meegemaakt.

Wanneer je te lang last hebt van stress en zonder dat je hier tussendoor van kunt herstellen, kan je een burn-out krijgen. De ‘reserves’ zijn dan op en lichaam en geest zijn uitgeput. Een burn-out heeft vaak met het werk te maken, maar dat hoeft niet per se. Het kan ook gebeuren bij andere langdurige stress. Bijvoorbeeld als je zorgt voor een zieke familielid of vriend, een zware en drukke studie doet, of lang geldzorgen hebt. Een burn-out ontstaat vaak langzaam. Vaak gaan er maanden en soms zelfs jaren stress aan vooraf.

Klachten die je kan hebben

  • moeheid
  • piekeren
  • concentratieproblemen en/of vergeetachtigheid
  • snel van slag zijn; je voelt je bijvoorbeeld vaak ineens boos, verdrietig of onzeker
  • prikkelbaarheid
  • niet tegen drukte en lawaai kunnen
  • onrust/je gejaagd voelen
  • lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, duizeligheid, maagpijn, spierpijn
  • slaapproblemen

Als je hulp nodig hebt kun je het beste beginnen bij de huisarts. Die stelt je vragen over je klachten. De huisarts zal je daarna doorverwijzen naar een behandelaar. Meestal is dit een psycholoog.

Je kunt ook hulp krijgen van een bedrijfsarts als je een betaalde baan hebt. Met hulp van de bedrijfsarts kun je voorkomen dat gezondheidsproblemen erger worden of dat je je (langer) ziek moet melden van je werk.

Voor veel mensen helpt het om contact te hebben met anderen die bijna hetzelfde hebben meegemaakt.

Bij een verslaving kun je niet goed meer zonder alcohol, drugs of medicijnen. Zonder het middel voel je je niet meer prettig. Je denkt veel aan het middel en aan het gebruiken ervan. Je blijft gebruiken ook al weet je dat het niet goed voor je is. Bij een aantal middelen, zoals slaappillen en alcohol, heb je steeds meer nodig om een lekker gevoel te krijgen. En word je ziek als je niet gebruikt. Je krijgt dan bijvoorbeeld last van misselijkheid, zweten, slapeloosheid of angst. Dit noem je ontwenningsverschijnselen.

Waaraan kun je nog meer merken dat je verslaafd bent?

  • vaker en meer nemen dan je van plan was
  • steeds proberen om te stoppen of beloven dat je stopt
  • school of werk gaan minder goed door het gebruik
  • ruzie met anderen over het gebruik.

Hulp

Een instelling voor verslavingszorg kan je verslaving behandelen. Je hebt hier een verwijzing van de huisarts voor nodig. De behandeling kan bestaan uit:

  • gesprekken met een hulpverlener
  • meedoen met gespreksgroepen
  • een internetprogramma
  • opname in een verslavingskliniek
  • een combinatie van deze mogelijkheden

Op alcoholinfo.nl en drugsinfo.nl lees je meer over verslaving en vind je de gegevens van de instelling voor verslavingszorg in de buurt. Bellen met de Alcohol- en Drugs Infolijn kan ook: 0900 – 1995 (€ 0,10 per minuut).

Voor veel mensen helpt het om contact te hebben met anderen die bijna hetzelfde hebben meegemaakt.

Scroll naar boven