. . . Slachtoffers Gevolgen van geweld

Gevolgen van geweld in de jeugdzorg

Veel slachtoffers willen graag door met hun leven, als ze weg zijn uit een instelling of pleeggezin. Helaas merken veel slachtoffers dat dit niet zo gemakkelijk is. Het verleden zorgt bij hen voor allerlei problemen, zoals psychische klachten. Bij sommigen gebeurt dat meteen. Anderen krijgen pas later klachten, bijvoorbeeld als er iets heftigs gebeurt of verandert in hun leven.

Klachten die slachtoffers noemen:

  • ernstige stressklachten
  • nachtmerries
  • opgebrand gevoel (heel erg moe, een burn-out)
  • moeite met emoties, relaties, liefde en vriendschap
  • het gevoel minder waard te zijn dan anderen
  • weinig vertrouwen in andere mensen
  • verlatingsangst
  • moeite met seksualiteit
  • problemen bij het opvoeden van eigen kinderen
  • problemen met werk en geld
  • eenzaamheid

Dit zijn voorbeelden van klachten die slachtoffers noemen. Misschien herken je deze klachten. Maar het kan ook zijn dat jij andere gevolgen van het geweld ervaart. Dat is voor iedereen anders.
Het is niet altijd duidelijk waar klachten vandaan komen. Zeker als klachten op latere leeftijd ontstaan, is een oorzaak niet makkelijk aan te wijzen. Ook voor een professional kan dit soms lastig zijn om te zien.
In het kennisdossier staan gevolgen van geweld (module 3) en hoe je geweld herkent (module 4) uitgebreider beschreven. 

‘Gelukkig ben jij niet echt mijn kind!’ riep ze (te) vaak. Dan krijg je toch het gevoel dat je zo klein als je bent niets waard bent! Ook al begrijp je niet alles, het blijft je wel voor altijd bij. Het heeft mij gemaakt tot de persoon die ik nu ben.’
(Fragment uit ‘Mijn Verborgen Verleden’ van Roos Haase.)

Trauma

Als je iets heftigs meemaakt, kan je een trauma ontwikkelen. Zo’n heftige gebeurtenis is bijvoorbeeld een verkeersongeluk of een mishandeling of aanranding. Vaak is iemand tijdens of vlak na zo’n gebeurtenis angstig en gespannen. Soms blijft iemand deze gevoelens houden, of komen deze gevoelens later in het leven terug. Als deze persoon later in het leven nog last heeft van de gebeurtenis, noemen we het een ‘trauma’. 

Je kunt ook meerdere trauma’s hebben. Bijvoorbeeld als je lange tijd nare ervaringen hebt gehad. Als een kind meerdere trauma’s heeft, kan dit de ontwikkeling verstoren. Tijdens de jeugd ontwikkelt een kind bijvoorbeeld zelfvertrouwen en een gevoel van veiligheid. Ook leert het zich te hechten aan anderen en grenzen aan te geven. Als een kind dit soort dingen niet goed leert door trauma, kan dit problemen geven. Meteen, maar ook later in het leven.

Een trauma kan op latere leeftijd zorgen voor veel verschillende psychische klachten. Soms kunnen deze stressklachten zo ernstig worden, dat er een psychische stoornis ontstaat. Voorbeelden hiervan zijn depressie, angst of posttraumatische stressstoornis (PTSS). Iemand met PTSS voelt zich de hele dag door angstig of gespannen. Zelfs als er geen gevaar is. Iemand kan in gedachten de gebeurtenis steeds opnieuw beleven. Of heftig reageren op gebeurtenissen die lijken op het trauma. 

Lees hier meer over hoe je PTSS kunt herkennen.

Psychische klachten door een trauma gaan meestal niet vanzelf over. Een behandeling van een psycholoog kan helpen. Zelfs als je al jaren leeft met klachten, kan het fijn zijn om hulp te krijgen. Heb je klachten en wil je hulp? Ga dan eerst naar je huisarts. Die kan met jou samen kijken welke hulp bij jou past. Een huisarts kan vaak beter helpen en doorverwijzen als je vertelt dat je klachten mogelijk met geweld te maken hebben. Een huisarts heeft een beroepsgeheim.

Lichamelijke klachten

Volwassenen die als kind lichamelijk of seksueel geweld hebben meegemaakt of verwaarloosd zijn, kunnen ook last hebben van pijn, en moeite hebben met eten, slapen, seks of naar de wc gaan. Dat kan een lichamelijke oorzaak hebben. Maar ook een psychische. Of beide.
Uit onderzoek van de VU en het Trimbos-instituut blijkt dat slachtoffers ook meer kans op lichamelijke ziekten hebben. Als iemand veel en heftige trauma’s heeft uit de kindertijd, heeft die persoon meer kans om lichamelijke klachten te hebben in volwassenheid. Deze klachten zijn bijvoorbeeld migraine, spijsverteringsklachten, of aandoeningen aan spieren, gewrichten of longen. De helft van de mensen met lichamelijk klachten had ook last van psychische klachten, zoals angst en depressie.

Meer over dit onderzoek lees je op deze website van het Trimbos-instituut.

Niet iedereen heeft problemen

Niet iedereen heeft later nog last van het geweld gehad. Sommige mensen zeggen zelfs dat ze er sterker van zijn geworden.

Het leven in het internaat was hard, maar er heerste een enorm gevoel van saamhorigheid. Iedereen zorgde voor iedereen. Ik heb daar mijn zorgzame kant ontwikkeld en dat vind ik nog steeds een van mijn mooiste eigenschappen. Ik ben heel maatschappelijk betrokken en doe veel vrijwilligerswerk. (Vrouw, residentiële jeugdzorg, jaren ’60)
(Citaat uit het onderzoek ‘Onvoldoende Beschermd’.)

Sommigen weten het niet

Sommige slachtoffers weten niet wat de invloed was van het geweld op hun leven. Bijvoorbeeld omdat zij voor de uithuisplaatsing al nare dingen hadden meegemaakt. Daarom weten ze niet of problemen die ze hebben met de jeugdzorg of de situatie thuis te maken hebben.

Wel of geen hulp

Er zijn mensen die nooit professionele hulp hebben gehad. Sommige mensen hebben wel over het geweld gepraat met mensen in hun omgeving of met lotgenoten. Er zijn ook mensen die er met niemand over konden of durfden te praten. 

Mensen die wel hulp hebben gehad, zijn daar soms tevreden over. Maar een deel van de mensen zegt dat ze nooit de juiste hulp hebben gehad. Wil je hulp? Of wil je er eerst meer over weten? Ga dan naar hulp en contact. Wil je in contact komen met anderen die ongeveer hetzelfde mee hebben gemaakt? Ga naar de pagina Contact met lotgenoten.

Kracht en herstel

Geweld kan je flink beschadigen. Toch zie je juist bij slachtoffers vaak veel kracht. Het zijn overlevers. Veel mensen lukt het om te leven met hun verleden. Herstellen van je verleden is mogelijk en klachten kunnen minder worden. Sommige mensen lukt het zelfs om hun ervaring te gebruiken om andere mensen te helpen.

‘Als de kleine ik 10 jaar is neemt ze een besluit; ze wil pleegmoeder worden als ze groot is. Maar dan wel heel anders, dat geeft haar rust en ze weet dat ze een liefdevolle (pleeg)moeder wil en zal worden!’

‘In al onze jaren als pleegouders hebben wij, en ik zeker, weer vertrouwen gekregen in de hulpverleners. Wij hebben ervaren dat pleegzorg ook een warm bad kan zijn!’
(Fragment uit ‘Mijn Verborgen Verleden’ van Roos Haase).

Heb je een vraag?

Heb je een vraag over deze website of over de informatie die op de website staat? Neem dan contact met ons op.


Vergroot lettertype
Scroll naar top