. . . Geweld Over het onderzoek

Over het onderzoek

Kinderen die uit huis worden geplaatst, komen bij jeugdzorg terecht. De overheid is dan verantwoordelijk voor deze kinderen. In 2018 is onderzoek gedaan naar geweld in de jeugdzorg. Dit onderzoek is uitgevoerd door Micha de Winter en zijn collega’s (commissie De Winter).

Wat is geweld?

De betekenis van geweld was vroeger anders dan nu. Een tik op de vingers was vroeger heel normaal, maar nu mag dat niet meer. Met ‘geweld’ bedoelen we op deze website daarom ‘bovenmatig geweld’. Dit betekent geweld dat ook vroeger niet normaal was. Er zijn drie vormen van geweld:

  • Lichamelijk geweld (bijvoorbeeld slaan of schoppen);
  • Seksueel geweld (bijvoorbeeld aanranden of verkrachten);
  • Psychisch geweld (bijvoorbeeld pesten of bedreigen).

Welke instellingen vallen onder jeugdzorg?

De onderzoekers keken naar alle instellingen die onder jeugdzorg vallen:

De residentiële jeugdzorg. Uit huis geplaatste kinderen wonen hier dag en nacht. Meestal wonen zij daar in een groep met andere kinderen. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Een internaat
  • Een leef- en behandelgroep
  • Een jeugdgevangenis 
  • Een psychiatrische instelling
  • Een doven- en blindeninternaat
  • Een instelling voor minderjarige asielzoekers (AMV)

Pleegzorg. Het kind dat uit huis geplaatst is komt bij een andere ouder of gezin wonen.

Hoe is het onderzoek gedaan?

Het doel van het onderzoek was om zoveel mogelijk verhalen van slachtoffers te vinden. Dit deden de onderzoekers door in archieven van jeugdzorg te kijken. Maar zij zochten ook contact met mensen die als kind uit huis zijn geplaatst. De onderzoekers vroegen of zij te maken hebben gehad met geweld. Ook is er een speciaal meldpunt gekomen. Hier konden slachtoffers vertellen wat er is gebeurd. 

Uitkomsten

Het geweld

Uit het onderzoek bleek dat een deel van de kinderen geweld had meegemaakt nadat zij uit huis geplaatst waren. Lichamelijk, seksueel en psychisch geweld kwam op alle plekken voor. In sommige gevallen was het geweld ernstig, en duurde het lang. De plegers van geweld konden groepsleiders of pleegouders zijn. Er was ook veel geweld tussen kinderen onderling. 

Op sommige plekken kwam lichamelijk geweld meer voor. Op andere plekken was dit psychisch of seksueel geweld. Vooral in tehuizen en jeugdgevangenissen kwam lichamelijk en psychisch geweld voor. Alle vormen van geweld kwamen vaker voor in een gesloten instelling dan in de pleegzorg. Kinderen die in meerdere instellingen hadden gewoond hadden vaker geweld meegemaakt dan kinderen die in één instelling hadden gewoond. 
Jongens waren vaker het slachtoffer van lichamelijk geweld door groepsleiders en pleegouders dan meisjes. 

Het soort geweld veranderde ook met de tijd. In de jaren vijftig kwam lichamelijk geweld meer voor dan nu. In de afgelopen jaren hebben de kinderen vooral te maken gehad met psychisch geweld. Ook gaat het bij geweld vaker om geweld tussen kinderen onderling.

Redenen

Er zijn verschillende redenen waardoor geweld in de jeugdzorg mogelijk was.

Sommige redenen hebben te maken met wat vroeger normaal was in de opvoeding. Zo werden kinderen vaak hard aangepakt en bestraft. Pas veel later werd het verboden om kinderen pijn te doen. 

Een andere reden is een gebrek aan geld en personeel. De gebouwen waren verwaarloosd en de slaapzalen waren groot. Jeugdzorg had weinig geld voor personeel. Ook was goed geschoold personeel duur. Hierdoor waren de groepen kinderen groot en kon er makkelijk spanning ontstaan. Bij de kinderen, maar ook bij het personeel. Ook bij pleeggezinnen was er vaak weinig geld en werden de pleegouders niet goed uitgezocht en gecontroleerd. 

Verder konden kinderen het geweld vaak nergens melden. Er was weinig contact met de buitenwereld. Ook werd de jeugdzorg weinig gecontroleerd door de overheid. 

Gevolgen

Sommige mensen hebben nog altijd last van het geweld dat zij hebben meegemaakt. De onderzoekers laten zien dat zij vaak geen goede hulp hebben gekregen. Slachtoffers kunnen als volwassene op allerlei manieren last hebben van hun ervaringen van vroeger. Ze kunnen last hebben van lichamelijke en psychische klachten, zoals vermoeidheid, slapeloosheid, depressie en angst. Ook kunnen zij zich minderwaardig voelen of het moeilijk vinden om vrienden te maken. Het kan lastig voor hen zijn om een baan te vinden of te houden. De slachtoffers die zelf kinderen hebben, kunnen problemen hebben met het opvoeden. Ze kunnen het moeilijk vinden om liefde te geven, als zij het zelf nooit hebben ontvangen. Lees meer over de gevolgen onder Gevolgen van geweld.

Dit nooit weer

De kinderen uit het onderzoek waren uit huis geplaatst omdat zij thuis niet veilig konden opgroeien. Omdat er thuis geweld was, of omdat de ouders niet voor hen konden zorgen. Zij zijn toen op een plek gekomen die soms nóg onveiliger was. Sommige mensen hebben nog altijd last van wat zij als kind hebben meegemaakt. Dit had nooit mogen gebeuren en mag nooit meer gebeuren. De onderzoekers hebben een aantal adviezen gegeven aan de overheid. De overheid kan deze adviezen gebruiken om de slachtoffers te helpen en om geweld in de jeugdzorg te voorkomen.

Wil je meer weten over de adviezen? Bekijk dan de infographic Voortgang aanpak geweld in de jeugdzorg (PDF).

Heb je een vraag?

Heb je een vraag over deze website of over de informatie die op de website staat? Neem dan contact met ons op.

Vergroot lettertype
Scroll naar top