. . . Hulp en contact Professionele hulp bij trauma

Praktische hulp Hulp & contact

Professionele hulp bij trauma

Na een heftige gebeurtenis kun je een trauma ontwikkelen. Dit kan voor allerlei psychische en lichamelijke klachten zorgen. Soms kan een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontstaan. Op deze pagina kun je lezen wat een trauma en wat PTSS is, hoe je erachter komt of je het hebt en welke behandelingen er zijn.

Trauma

Je hebt een trauma als je last hebt van iets heftigs dat eerder in je leven is gebeurd. Zo’n heftige gebeurtenis kan een verkrachting zijn of ander geweld. Een ander voorbeeld is een ongeluk. Ook het zien van een ongeluk of geweld bij iemand anders kan een trauma veroorzaken.
Vaak is iemand tijdens of vlak na een heftige gebeurtenis angstig en gespannen. Bij een trauma blijven deze gevoelens, of komen deze gevoelens later in het leven terug.  Iemand denkt dan steeds opnieuw aan die ervaring of heeft er nachtmerries over. Die gedachten geven een gevoel van angst en stress, ook al is er geen gevaar meer. Door die angst of stress gaat de persoon niet meer naar bepaalde situaties of mensen toe. Dit kan het begin zijn van angst of paniekaanvallen, schuldgevoel, somberheid, lichamelijke klachten of gebrek aan zelfvertrouwen, bijvoorbeeld in sociale situaties.

Er bestaan twee soorten trauma. Als een trauma ontstaat door één gebeurtenis is het een ‘enkelvoudig trauma’. Als het trauma ontstaat door meerdere heftige gebeurtenissen die tijdens een lange tijd gebeurd zijn, is het een ‘complex trauma’. 

Complex trauma

Bij complex trauma heeft iemand meerdere schokkende ervaringen gehad,  in een langere periode. Bijvoorbeeld pesten of seksueel misbruik.  Dit geeft dezelfde klachten als bij een enkelvoudig trauma. Maar daarnaast kan een complex trauma iemands ontwikkeling remmen.  Het kan bijvoorbeeld lastig voor iemand zijn om positief naar zichzelf te kijken. Of te leren om met emoties om te gaan. Hierdoor kan het moeilijk worden om werk of relaties te krijgen of te houden. 

Ook kunnen mensen met een complex trauma een afstand voelen tot zichzelf, of tot hun omgeving. Soms weten ze niet wat echt is en wat niet. Dit heet dissociatie. Het betekent: losgekoppeld. Hoe een dissociatieve stoornis (DIS) kan ontstaan zie je in het filmpje DIS in een notendop.

PTSS

Eén of meerdere trauma’s kunnen ervoor zorgen dat iemand een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkelt. Dit is een psychische stoornis waarbij je de hele dag door angstig en gespannen bent. Zelfs als er geen gevaar is. Je voelt je steeds onveilig.

Klachten

Klachten die je bij  PTSS kunt hebben:

  • Herbelevingen. Je wordt overvallen door gedachten en beelden over de gebeurtenis of krijgt er nachtmerries over.
  • Heftig reageren op situaties die je doen denken aan de heftige ervaring. Je doet moeite om niet in zulke situaties te komen.
  • Gespannen en prikkelbaar zijn. Hierdoor kun je problemen krijgen met inslapen en doorslapen. Ook kun je je hierdoor slecht concentreren, schrik je snel of kun je last hebben van woede-uitbarstingen.
  • Je voelt weinig emoties en voelt afstand naar anderen.
  • Nauwelijks nog plannen voor de toekomst maken.

Als deze klachten langer dan een maand blijven, is het een posttraumatische stressstoornis. De klachten kunnen het dagelijkse leven heel erg gaan bepalen. Ook kunnen de klachten weer zorgen voor andere problemen, zoals schulden, eenzaamheid, dakloosheid en/of problemen op het werk of op school. 

Sommige mensen met PTSS hebben ook nog andere psychische problemen. Dat heet ‘complexe PTSS’. 

Klachten die je bij complexe PTSS kunt hebben: 

  • Heftige emoties die snel kunnen wisselen. Bijvoorbeeld ineens heel boos worden. Je kunt dit moeilijk tegenhouden.
  • Je vindt jezelf zwak, niet goed genoeg.
  • Je hebt problemen met andere mensen, bijvoorbeeld: je vertrouwt mensen niet en voelt je niet veilig bij anderen.
  • Soms wordt de spanning zo erg dat je je afsluit voor je omgeving; je bent er er even niet meer. Dit heet dissociatie.

De kans op complexe PTSS is groter:

  • Als de heftige gebeurtenissen lang duurden en/of vaker gebeurden.
  • Als het gaat over nare ervaringen met mensen die je nodig had, zoals ouders, familieleden of leraren. • Als het komt door heel heftige ervaringen. Bijvoorbeeld verkrachting of ander extreem geweld.

Op de  website Mentaal Vitaal vind je meer informatie over PTSS.

Dissociatieve stoornis

Sommige mensen met een complex trauma voelen een afstand naar zichzelf of anderen, of weten niet meer wat echt is en wat niet. Zij kunnen een dissociatieve stoornis hebben.

Klachten die je bij  een dissociatieve stoornis kunt hebben:

  • Gedachten, gevoelens of je eigen lichaam lijken niet van jezelf te zijn (depersonalisatie).
  • De wereld en de mensen om je heen lijken niet echt en vreemd (derealisatie).
  • Je kunt je je sommige dingen niet meer herinneren. Je bent bijvoorbeeld opeens op een onbekende plaats, en je weet niet hoe je daar gekomen bent (amnesie).
  • Je weet soms niet meer wie je bent. Of je denkt dat je iemand anders bent (identiteitsverwarring).

Meer over een dissociatieve stoornis lees je op de website van Mentaal Vitaal

Soorten behandelingen

Als je professionele hulp wilt voor je klachten, begin je bij de huisarts. Die stelt je een paar vragen over de oorzaak en je klachten. Ook vraagt de huisarts of je andere lichamelijke of psychische problemen hebt. De huisarts kan je doorverwijzen naar een behandelaar (psycholoog of psychiater). 

De behandelaar kan bepalen wat voor stoornis je hebt. Deze diagnose kan voelen als een ‘label’, alsof je in een hokje wordt geplaatst. Maar het kan ook een gevoel van opluchting geven, omdat eindelijk duidelijk is wat er aan de hand is. 

Er zijn verschillende soorten behandelingen voor trauma en PTSS. Bij sommige behandelingen is goed onderzocht of ze werken. Bij anderen (nog) niet. 

Voor deze behandelingen is bewijs dat ze kunnen werken (bewezen effectief):

Imaginaire betekent: in gedachten.  Exposure betekent: laten zien/ervaren. 

Veel mensen die een trauma hebben, proberen niet aan de heftige gebeurtenis te denken. Want als ze dat wel doen, geeft dat een naar gevoel.  Bij imaginaire exposure ga je juist praten over of denken aan de gebeurtenis(sen). Maar nu helpt de behandelaar je en heb je meer controle. Als je trauma’s hebt van meerdere gebeurtenissen, geven jullie één voor één aandacht aan de verschillende gebeurtenissen. Langzamerhand wordt het nare gevoel dat je krijgt als je aan de gebeurtenissen denkt, minder heftig.

Eye Movement betekent: oogbewegingen. Desensitization betekent: minder gevoelig worden voor iets. Reprocessing betekent: op een andere manier verwerken.
Bij EMDR vraagt de behandelaar je om aan de gebeurtenis van het trauma te denken. Op hetzelfde moment leidt hij of zij je aandacht af, bijvoorbeeld door het geluid van klikjes of doordat je met je ogen een bewegende vinger moet volgen. Het lijkt erop dat de hersenen de gebeurtenissen hierdoor sneller verwerken. Daarmee verandert langzaam je gevoel bij de gebeurtenis. De emoties die je bij de herinneringen hebt, worden minder heftig en minder moeilijk om mee om te gaan.

Cognitief betekent hier: over ideeën. Door een heftige gebeurtenis veranderen je ideeën over jezelf en je omgeving.  Bijvoorbeeld: de wereld is onveilig. Deze ideeën kunnen voor klachten zorgen of ze erger maken. Bijvoorbeeld: als je denkt dat de wereld onveilig is, voel je je steeds gespannen. Met cognitieve therapie leer je hoe je nare gevoelens kunt verminderen door die ideeën te veranderen. De behandelaar helpt om de ideeën op te sporen die tot klachten leiden. Daarna bespreek je met de behandelaar of deze ideeën wel kloppen en of ze handig zijn. Als ze niet kloppen of onhandig zijn, helpt je behandelaar je te bedenken welke ideeën daarvoor in de plaats kunnen komen.

De behandeling begint met uitleg over de posttraumatische stress-stoornis. Je leert bijvoorbeeld waarom je steeds herbelevingen krijgt. Dan ga je weer terugdenken aan het trauma, en alles stapje voor stapje, heel levendig en tot in detail vertellen. Ook ga je dingen in het dagelijks leven weer opzoeken, zoals de plaats waar het gebeurde, of een film bekijken van een gebeurtenis die op de situatie van toen lijkt. Hierdoor wordt de angst langzamerhand minder heftig. Ook leer je op een andere manier te denken over de wereld en jezelf.  Bijvoorbeeld dat het niet jouw schuld was, en dat niet overal gevaar dreigt.

Voor deze behandelingen is ook bewijs dat ze werken. Ze zijn wel minder onderzocht: 

  • Beknopte Eclectische Psychotherapie voor PTSS (BEPP) 
  • Narratieve Exposure Therapie (NET) 
  • Schrijftherapie (bijvoorbeeld Interapy) 
  • Imaginaire Rescripting (ImRs)

Tussen haakjes staan de organisaties die deze therapie geven.

Als deze behandelingen niet goed genoeg werken, kun je met je behandelaar kiezen voor medicijnen. Ook kun je kiezen voor een extra behandeling, zoals vaktherapie. Dat heet ‘aanvullende therapie’. 

Als de psychologische behandeling niet genoeg werkt, kun je met je behandelaar kiezen voor medicijnen. Vaak raadt een behandelaar aan om te kiezen voor antidepressiva (SSRI’s/SRNI’s). Antidepressiva zijn medicijnen die de klachten van een depressie of angststoornis kunnen verminderen. Zij kunnen ook helpen bij klachten die door een trauma komen. Ze werken vooral bij ernstige klachten. Meer informatie over antidepressiva vind je op Thuisarts.nl.

Als de psychologische behandeling niet genoeg helpt, kun je met je behandelaar kiezen voor vaktherapie. Vaktherapie is de verzamelnaam voor beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie en psychomotorische therapie (PMT). Bij vaktherapie ben je minder aan het praten en meer aan het doen, maken en ervaren. Je kunt daardoor werken met herinneringen en gevoelens waar je moeilijk over kunt praten.

Sommige mensen gebruiken nog andere manieren om hun klachten te verminderen en hun leven prettiger maken. Dit zijn bijvoorbeeld homeopathie, natuurgeneeswijzen, antroposofische geneeswijzen, acupunctuur, yoga, meditatie en manuele geneeskunde. Je kunt dit bespreken met je behandelaar. Die kan meedenken over de voor- en nadelen van deze behandelingen. Soms kunnen behandelingen ook schadelijk zijn of zorgen dat een behandeling of medicijn minder goed werkt.  Daarom is het belangrijk dat je de behandelaar weet dat je er een andere behandeling bij wilt doen.

Er zijn ook een aantal behandelingen voor trauma of PTSS die nog niet onderzocht zijn. Daarvan weten we niet of ze werken. Dit zijn: mindfulness, hypnotherapie, Present Centered Therapy, Kortdurende Psychodynamische Therapie, Acceptance and Committment Therapy (ACT) en sensorimotorische therapie.

Daarnaast zijn er ook behandelingen waarbij nieuwe techniek wordt gebruikt. Een voorbeeld hiervan is Virtual Reality Therapie. Daarmee kan je een soort 3D film laten maken van de situatie van het trauma. En daarin de situatie met steun van de behandelaar opnieuw meemaken.  Hierdoor kunnen de gevoelens van de herinnering minder heftig worden.

Waar kun je behandeling krijgen?

De huisarts verwijst je naar de generalistische basis ggz (bGGZ) of de specialistische ggz (sGGZ). Waar je naar verwezen wordt, hangt af van je klachten. Voor behandeling is vaak een wachttijd. Die kan bij specialistische ggz erg lang zijn. Lees onder steun tijdens het wachten wat je kunt doen als je lang moet wachten. Wil je weten welke professionele hulp er bij jou in de buurt is? Kijk dan op onze hulpkaart.

Bij veel psychische problemen, zoals een angststoornis, depressie of PTSS kan je hulp krijgen van de generalistische basis ggz (bGGZ). De behandeling van de bGGZ duurt meestal korter dan een jaar en is echt gericht op de klachten die je op dat moment hebt. Een behandeling  kan bestaan uit:

  • Gesprekken met een psycholoog, sociaal psychiatrisch verpleegkundige, psychotherapeut of psychiater
  • Begeleiding via internet: eHealth
  • Een combinatie van gesprekken en eHealth

De behandeling gebeurt in ggz-instellingen of door een zelfstandige psycholoog.
In een GGZ-instelling werken meerdere behandelaars, die met elkaar samenwerken. Vaak zijn er verschillende soorten behandelingen mogelijk en kunnen die ook gecombineerd worden.

Bij een zelfstandig psycholoog weet je al wie je gaat behandelen. Soms werken een paar psychologen samen. Het eerste gesprek (de intake) en de behandeling worden meestal door dezelfde persoon gedaan.

Zelfstandige psychologen zijn bekend bij huisartsen, welzijnsinstellingen, scholen enzovoorts. Ze hebben (met jouw toestemming) vaak contact met andere hulpverleners zoals huisartsen, fysiotherapeuten, ggd-artsen, psychiaters en diëtisten. De sfeer bij een zelfstandige psycholoog kan wat persoonlijker zijn.

Meer informatie over zelfstandige psychologen is te vinden op de website van de LVVP. Deze website bevat ook een zoekmachine om een psycholoog te vinden.

Daarnaast zijn er verenigingen van psychologen/psychotherapeuten die gespecialiseerd zijn in een bepaalde behandeling. Deze verenigingen hebben een eigen website met een zoekmachine om een behandelaar te vinden. Voor de behandeling van trauma zijn dit:

Meer informatie over het kiezen van een behandelaar vind je op de website Kiezen in de ggz.

Kunnen jouw psychische problemen niet behandeld worden in de basis ggz of zijn je problemen na behandeling in de basis-ggz nog niet opgelost? Dan kan je een verwijzing krijgen naar de gespecialiseerde ggz. Die behandelt zware, ingewikkelde psychische problemen. Deze behandelingen zijn meestal intensiever. In de gespecialiseerde ggz kun je ook kort of langdurig wonen bij een ggz-instelling en hulp bij een crisis te krijgen.

Voor sommige mensen is ook behandeling in de specialistische ggz niet genoeg. Bijvoorbeeld omdat de problemen zeer ernstig, ingewikkeld of zeldzaam zijn. Of omdat er een combinatie van klachten is, die moeilijk te behandelen is.  Voor deze mensen is er hoogspecialistische ggz. Bij  hoogspecialistische ggz werken experts in het herkennen en behandelen van deze klachten. Soms gaat het om nieuwe behandelingen.  Ook kan de hoogspecialistische ggz een second opinion geven. Bij een second opinion vraag je een andere behandelaar om naar je klachten te kijken en te beoordelen wat voor behandeling je zou moeten krijgen. Dit doe je meestal als je twijfelt over de behandeling die je al krijgt of gaat krijgen.

Behandelaars bij de hoogspecialistische ggz hebben vele jaren ervaring in de behandeling van één of meerdere psychische problemen. Zie ook de website Kiezen in de ggz.

Hoogspecialistische ggz wordt onder andere gegeven door afdelingen van de ggz die het TOPGGz-keurmerk hebben. Je kunt deze vinden op de website TOPGGz.nl. Wil je weten welke professionele hulp er bij jou in de buurt is? Kijk dan op onze hulpkaart.

Scroll naar boven